Armoede op het Erf
Veel boerengezinnen onder bestaansminimum
DOOR AART VAN COOTEN
Uit de Armoedemonitor 2007 blijkt dat veel boerengezinnen onder
het bestaansminimum leven. Akkerbouwer Guus Habets, voorzitter van
de werkgroep Landbouw & Inkomen, is niet verbaasd. Zijn club timmert
al jaren aan de weg met deze tragische cijfers. Hij hoopt dat de
politiek nu eens echt actie onderneemt.
In de media verschijnen juichende verhalen over de
inkomensontwikkeling in de agrarische sector. De melkprijzen zijn
fors omhoog gegaan, de graanprijs explodeert. Hosannaverhalen. Het
gaat de boeren weer goed!
Uit de Armoedemonitor 2007 – onlangs gepubliceerd – blijkt iets anders.
Zo’n 175.000 werkende Nederlanders hebben moeite om de eindjes aan
elkaar te knopen. Daaronder zitten veel zelfstandigen. En onder die
groep zelfstandigen bevindt zich weer een groot aantal boeren en
tuinders. De werkelijkheid blijkt minder rooskleurig dan de stijging
van melk en graanprijs doet vermoeden.
Voorzitter Guus Habets van de werkgroep Landbouw & Inkomen is helemaal
niet verbaasd over de jongste monitorgegevens. Zijn werkgroep
timmert al jaren aan de weg met analyses en standpunten over armoede
in de agrarische sector. ”Wij wisten allang dat circa 30 procent van
de boeren en tuinders onder het bestaansminimum leeft. Eigenlijk
niets nieuws onder de zon. Maar het is wel goed dat deze cijfers
door de politiek worden opgepakt. Op een aantal punten is echt actie
nodig.”
Staatssecretaris Ahmed Aboutaleb van Sociale Zaken toonde zich wel
verrast. Hij gaat onderzoek doen naar de haalbaarheid van
kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. En hij pleit voor meer
voorlichting over de mogelijkheden die gemeenten wel degelijk hebben
om arme gezinnen te hulp te schieten.
De werkgroep van Habets heette voorheen werkgroep Landbouw & Armoede. De
groep heeft zijn naam veranderd. Critici omschreven de leden als
’een stelletje arme boeren’ en als een ’wereldvreemde actiegroep die
zich verzet tegen groei’. Volstrekt onjuist, aldus Habets. Om niet
te verzanden in zinloze discussies met hun opponenten heeft de
werkgroep zijn naam maar veranderd in werkgroep Landbouw & Inkomen.
Maar de missie van Habets en zijn kompanen is dezelfde: het aan de
kaak stellen van de sociale nood onder boerengezinnen.
Habets is akkerbouwer in Nagele (Noordoostpolder). Voorheen had hij een
gemengd bedrijf met melkvee, varkens en akkerbouw. In 1997 is hij
gestopt met melken vanwege de aangescherpte mestregels. De
sociaal-economische voorlichter van zijn landbouworganisatie
adviseerde hem zijn quotum te verleasen. Even later – hij had zijn
koeien net weggedaan – pleitte diezelfde landbouworganisatie in Den
Haag om het leasen af te schaffen. Dat gebeurde een paar jaar later
ook daadwerkelijk.
Met zijn varkens is hij gestopt omdat hij niet mocht uitbreiden. Dat
heet fiscaal gezien ’gedeeltelijke staking’ en hij moest daarom met
de fiscus afrekenen.
Nu leeft Habets van de akkerbouw. Zijn persoonlijke situatie is overigens
niet de reden dat hij opkomt voor arme boerengezinnen. Hij vindt dat
het landbouwbeleid en de fiscale regelgeving in een heleboel
situaties onrechtvaardig uitpakt. Daar kan en wil hij niet omheen.
Noem het idealisme, zegt hij.
Het is goed dat de harde feiten uit de armoedemonitor in de publiciteit
komen, vindt Habets. ”Er zijn zo veel gezinnen die niet aan hun
verplichtingen kunnen voldoen. Op die bedrijven wordt niet meer
geïnvesteerd. Langzaam maar zeker komen de gezinnen in een vicieuze
cirkel terecht. Geen vakanties meer, geen nieuwe kleren, het
lidmaatschap van verenigingen wordt opgezegd. Niet alleen de boer en
boerin, maar ook hun kinderen komen in een sociaal isolement
terecht.”
Hij zegt het nog maar eens. Een laag inkomen is meestal niet het gevolg
van slecht ondernemerschap. Ziekte kan de oorzaak zijn, of een
verkeerde ligging van het bedrijf. Je zult maar een boerderij hebben
in een gebied dat wordt aangewezen als Natura 2000-gebied. Het is
vaak pure pech. Habets vindt het prima dat er onderzoek wordt gedaan
naar kwijtschelding van lokale belastingen. ”Dat voorstel hebben wij
trouwens jaren geleden al gedaan. Goed dat het nu in Den Haag wordt
opgepakt. Maar er moet meer gebeuren.”
Hij noemt een aantal voorstellen van zijn werkgroep. Een betere
regeling voor schuldsanering, een pensioenvoorziening waardoor ook
ondernemers met een laag inkomen geld opzij kunnen leggen voor
later, verlaging van de drempel om voor bijstand in aanmerking te
komen. En ook – hij noemt het voorzichtig – een maatregel om het
ontstaan van megabedrijven te ontmoedigen.
Habets: ”Zodra ik dat noem, lijkt het weer
alsof wij tegen groei zijn. Dat zijn wij niet. Maar wij hebben wel
moeite met het ontstaan van megabedrijven met tienduizenden varkens
of 50 hectare tomaten onder glas. De vestiging van zulke bedrijven
gaat onherroepelijk ten koste van gewone gezinsbedrijven. Die worden
uit de markt gedrukt. Ik heb liever tien modale gezinsbedrijven dan
één megabedrijf waar gedwongen bedrijfsbeëindigers straks aan de
slag kunnen gaan.”
Bron: Agrarisch Dagblad (zaterdag 22 maart 2008)
Armoedemonitor 2007
Terug |