|
Pure armoede
Werkgroep Landbouw en
Inkomen stopt met actievoeren
DOOR AART VAN COOTEN
De werkgroep Landbouw en Inkomen bestaat tien
jaar. En houdt op te bestaan omdat de leden zich te oud voelen. Riky
Schut uit het Limburgse
Lottum is een van de drijvende krachten van de kleine pressiegroep
die de strijd aanbond tegen de
uitwassen van het landbouwbeleid;
”Ik mag hopen dat anderen onze functie
overnemen. Met onze werkgroep Landbouw en Inkomen zijn we tien jaar
bezig geweest om de armoede in de agrarische sector op de politieke
agenda te krijgen. Dat is ook best bed gelukt. Maar dat heeft niet
geleid tot een ander, rechtvaardiger landbouwbeleid. Daarom vind ik
het belangrijk dat ons geluid blijft doorklinken. Liefst uit de mond
van jongeren. Want juist in die groep vallen op dit moment harde
klappen.
Jonge tuinders komen in de knel door de hoge gasprijzen, in de
varkenshouderij wordt nauwelijks iets verdiend. En de banken worden
als gevolg van de kredietcrisis steeds voorzichtiger.
Iedereen praat over innovatie en schaalvergroting, maar laten we
alsjeblieft niet vergeten dat nog steeds een grote groep agrariërs
onder het bestaansminimum leeft, dat elke dag zeven boeren
noodgedwongen stoppen met hun bedrijf. Dat is géén
natuurverschijnsel.
De politiek kan aan de knoppen draaien. Het is goed dat Kamerleden
en Europarlementariërs daar doorlopend op worden gewezen. Door onze
opvolgers, ook al weet ik niet of die er komen.
Er is nog steeds weinig aandacht voor de sociale en psychische
gevolgen van het landbouwbeleid. Als gevolg van de hoge kosten en
lage opbrengstprijzen teren veel agrarische bedrijven in. Er zijn
boeren die op een gegeven moment hun boerderij moeten verkopen en
met hun gezin in een huurhuis terechtkomen en vervolgens in een
sociaal isolement. Ze voelen zich mislukt.
Ik heb me dat altijd aangetrokken. Dat heb ik van huis uit
meegekregen. Mijn vader was naast zijn boerderij altijd bezig in de
samenleving. Hij was lid van de ruilverkavelingcommissie, zat in de
gemeenteraad, zette zich in voor het armenbestuur van de kerk. Niet
om op te vallen, maar om iets te bereiken voor kleine boeren, voor
degenen die het niet redden in deze wereld. Mijn moeder had dezelfde
instelling. Mijn drijfveer om het landbouwbeleid een menswaardig
gezicht te geven, zit blijkbaar in mijn genen.
Armoe ken ik niet uit eigen ervaring. Wel hebben wij altijd de
tering naar de nering moeten zetten op ons bedrijf. Zeker toen onze
vier kinderen gingen studeren. Dat kost natuurlijk veel geld. Bijna
35 jaar hebben wij hierin Lottum een gemengd pachtbedrijf gehad met
zoogkoeien, varkens en akkerbouw. Niet groot, niet klein. We hebben
het altijd kunnen redden, misschien omdat we
—
tegen alle adviezen in
—
niet kozen voor specialisatie.
Vier jaar geleden zijn we gestopt met ons bedrijf. Geen van onze
kinderen zag er perspectief in om de boerderij over te nemen. Zo
gaat het op veel bedrijven. Jammer, want de afvloeiing heeft veel
negatieve gevolgen voor de leefbaarheid op het platteland.
Na de uitbraak van de varkenspest in 1997 hebben we een aantal zware
jaren gehad. De varkens brachten weinig op, en ook de
akkerbouwprijzen waren slecht.
In die jaren hebben we eigenlijk geleefd van ons spaargeld. Geen
echte armoede, maar wel een tijd dat ik de aankoop van een winterjas
doorschoof naar het volgende jaar. In andere gezinnen was en is de
situatie moeilijker. Ik vind dat daar iets gedaan moet worden. Op
een gemiddeld bedrijf waarde gezinsleden allemaal hard werken om de
kost te verdienen, mag geen armoede voorkomen.
De cijfers spreken boekdelen. Mede door onze inzet houdt het
landbouweconomisch instituut LEI de laatste jaren een zogeheten
armoedebarometer hij. In 2007 verdiende 23 procent van de agrarische
gezinnen minder dan 22.000 euro. In die gezinnen is sprake van pure
armoede. Dat mag toch niet voorkomen?!
Achter de kille cijfers bevinden zich gezinnen die het in deze rijke
samenleving niet redden en die dat zichzelf dan vaak verwijten. Ten
onrechte, want zij kunnen er vaak helemaal niks aan doen. Een
tuinder heeft geen invloed op de gasprijs, de melkveehouder moet
naar afwachten wat hij voor zijn melk zal rijgen.
De armoede kent structurele oorzaken. De politiek kan daar iets aan
doen. Door besluiten te nemen die ertoe leiden dat de pacht- en
rondprijzen dalen, dat de verdeling in de agrarische productieketen
eerlijker wordt. Daarom hebben we altijd gesprekken gevoerd met
ministers en Kamerleden. Daarom hebben we
— onze
laatste daad
—
een afscheidsboekje gemaakt en aan de
Tweede Kamer gestuurd.
Ik hoop dat een van de Kamerleden tijdens de begrotingsbehandeling
opstaat om minister Verburg nog eens te wijzen op de armoede in de
sector waar zij verantwoordelijk voor is. Wie weet...”
Bron: Agrarisch Dagblad Zaterdag 22
november 2008
Terug |