|

Oordeel niet te makkelijk over
Europese subsidie aan boeren
Landbouwpolitiek
Er is een hetze gaande tegen het
Europese landbouwbeleid. Brussel geeft veel minder uit aan
landbouwsubsidies dan velen willen doen geloven. En bij het
afschaffen van de landbouwsubsidies heeft de Derde Wereld weinig
baat.
Door Harm Schelhaas
Te gek voor woorden, zo is de gangbare mening dat van de
EU-begroting 40 procent naar de landbouw gaat, terwijl de boeren nog
geen 4 procent meer uitmaken van de Europese bevolking. Dat klinkt
overtuigend en toch is het demagogisch. Want wat zijn de feiten?
De landbouwsector is de enige sector waarvoor een
gemeenschappelijk beleid geldt. Logischerwijze worden de kosten
daarvan gedragen door het zeer kleine Europese budget (nog geen 1/50
van alle nationale budgetten bij elkaar). De nationale regeringen
hoeven hierdoor nog maar weinig uit te geven voor de eigen
landbouw. De totale uitgaven voor de landbouw - de
gemeenschappelijke uitgaven en de resterende nationale uitgaven -
bij elkaar, zijn minder dan 2 procent van de totale
overheidsuitgaven in de Europese Unie en nog geen 0,4 procent van
de nationale inkomens.
Dat is minder dan velen denken, maar nog altijd krijgen de boeren
dus 'subsidie' en blijft het de vraag waarom de landbouw niet, net
als elke andere sector, geheel voor zichzelf kan zorgen. Het
antwoord daarop ligt in de bijzondere structuur van de agrarische
sector. In de landbouw zijn vele miljoenén kleine gezinsbedrijven
waarop de boeren hard blijven werken, ook als de productie reeds te
groot is. Ontslagen vinden in de landbouw niet plaats en de
individuele boer kan met het veranderen van de omvang van zijn
productie geen invloed uitoefenen op de markt. De meeste
landbouwmarkten zijn zeer instabiel en reeds een klein overschot
kan tot diepe prijsdalingen leiden.
In de industrie en dienstverlening ligt dat allemaal gemakkelijker.
Als daar de productie te groot wordt, kan de onderneming de
productie verminderen en arbeiders ontslaan. De kosten daarvan
worden bij voorbeeld via werkloosheidsuitkeringen op de
samenleving afgewenteld. In de Europese Unie is momenteel ruim 10
procent van de bevolking werkloos. Landbouwoverschotten en
werkloosheid: elkaars spiegelbeeld; beide het gevolg van het
ontbreken van evenwicht tussen productie en vraag.
Economisch doet de landbouw het bovendien niet slecht. De
productiviteit neemt sneller toe dan in de rest van de samenleving
en de prijzen die de boeren voor hun producten ontvangen, dalen
reëel, terwijl de prijzen en tarieven in de rest van
de samenleving meestal stijgen.
Economisch doet de landbouw het niet slecht
Het tweede genoemde bezwaar tegen de Europese landbouwpolitiek is
dat deze schadelijk is voor de Derde Wereld. In mijn dissertatie
van twee jaar geleden heb ik alle modelstudies bestudeerd naar de
effecten van het westelijk landbouwbeleid. Het afschaffen van het
landbouwbeleid levert wereldwijd een welvaartswinst op van maximaal
60 ŕ 80 miljard dollar. Circa 20 miljard daarvan komt ten goede aan
de Derde Wereld. Dat lijken enorme bedragen en daar wordt dan ook de
nodige demagogie mee bedreven. Maar dit soort bedragen zijn in de
grote wereldeconomie klein; zij zijn slechts 0,2 tot 0,4 procent
van de nationale inkomens. Bovendien duurt het rond de 10 jaar
voordat deze (eenmalige) groei is gerealiseerd. Ter vergelijking:
elk jaar is de groei in de Derde Wereld, ook in de landbouwsector,
ten minste 2 ŕ 3 procent.
De aanzienlijke liberalisatie van
de Gatt-overeenkomst van 1993 heeft nauwelijks invloed gehad op de
Derde Wereld. Vooral de meer welvarende ontwikkelingslanden
profiteren van landbouwliberalisatie, en de grote landbouwbedrijven
en niet de kleine boerén. De armste landen gaan er zelfs op
achteruit.
Er zijn veel effectievere middelen om de landbouw in de Derde
Wereld te helpen dan landbouwliberalisatie. Hulp bij investeringen
en modernisering, verbetering van de infrastructuur op velerlei
gebied: betere opleiding en voorlichting voor kleine boeren, een
stabiel prijsklimaat, et cetera, zetten meer zoden aan de dijk
Overigens is de Europese landbouwpolitiek al belangrijk aangepast
richting Derde Wereld; zo worden de exportrestituties versneld
afgebouwd en kunnen de derdewereldlanden steeds vrijer exporteren
naar het rijke Europa. Die kant moet het ook op. Wel moet dan de
EU-productie blijvend worden beperkt.
De Derde Wereld is zeer afhankelijk van de opbrengst van tropische
landbouwproducten. Daar heerst sinds jaar en dag de vrije markt.
Tussen 1980 en 2002 daalden daar de prijzen voor koffie, cacao,
suiker en rubber met 77 tot 86 procent. Maar daar maakt de
neoliberale wereldelite zich geen zorgen over, dat is nu eenmaal de
vrije markt. Dat zit mij dwars. Als de Europese landbouwpolitiek
wordt afgeschaft, liggen straks ook de prijzen voor de westelijke
landbouwproducten in de goot en moet Max Havelaar ook een actie gaan
voeren voor de Europese boeren.
Er is momenteel sprake van een neoliberale hetze tegen het Europese
landbouwbeleid (te duur, slecht voor de Derde Wereld) die slecht
onderbouwd is en die de boerenbevolking onrecht aandoet.
Terecht heeft minister Veerman vlak voor het zomerreces geweigerd
mee te werken aan een abrupte afbraak van de huidige
EU-landbouwpolitiek.
Dr. Harm Schelhaas promoveerde twee jaar geleden op het
proefschrift: Liberalisatie in de landbouw. Daarvoor was hij
voorzitter van het Productschap voor Zuivel.
Terug |